vrijdag 28 november 2014

Fijn Gemis

Zij kust mijn wang en
hoort geen hart dat, wringt,
op twee gedachten hinkt
Onthecht, onthelst
Ik wil haar missen

Haar mooie lach als
compliment, dan springt
ze op haar fiets en dringt
het tot me door
Haar wielen draaien

Een bocht naar links, een
zwaai met rechts, dag kind
fiets lekker in de wind
en koers vooral
op jouw pedalen

Dag dochterlief, je bent van jou
Het leven mag je halen


©André Meulman 2014

dinsdag 18 november 2014

Soms


Soms voel ik haar
in de slipstream van gedachten
En voel ik, als opspattend water,
haar nachtjapon aaiend
langs schouder en hand
Tastbaar als vertroosting
Ze is niet weg

Soms hoor ik haar
in de echo van verbeelding
En blaast ze, met tuitende lippen,
zo lief en zacht, woordjes
in ‘t hart van mijn hart
Hoorbaar als een sneeuwbui
Ze is niet weg

Soms zie ik haar
Bij de vogels in de bomen
Daar raakt ze, met vleugels van zijde
de tijd weer aan. Verder
komt nooit dichterbij
Zichtbaar zijn gedachten
Ze is niet weg

Soms proef ik haar
In de volheid van mijn tranen
Blijf!


©AndreMeulman 2014
   11-11-2011 MB


woensdag 12 november 2014

Horizontaal

Daar staat ze krom, haar hart gevouwen
Haar adem stom, de wind trekt aan
De vuisten ballend in haar zakken
Vandaag komt haar verlosser aan

Ze weet haar voet, omringd door water
Verzamelt moed, een stap erbij
De golven kussen zacht haar kuiten
Kom, kom mijn lief ‘t is zo voorbij

En weer een stap, als kinderhandjes
In kinderpap verdwijnt haar been
Haar kleren sponsen zilte zoetheid
Het water sluit zich om haar heen

Dan komt ze vrij uit de omarming
Ze keert het tij, zo is het goed
De horizon, daar gaat een dame
De ondergang snelt tegemoet


© André Meulman 2014

Zoals je misschien is opgevallen schrijf ik zo nu en dan een gedicht(je)
Ze zijn qua sfeer melancholiek. Het gewicht moet er kennelijk even uit. 
Kan me trouwens niks schelen ook.

maandag 27 oktober 2014

Wegkwijten

Met in mijn hand de zwart en witten               
Ontworstelt een ‘aha’ zich vrij               
Taaie bellen grijze averij                        
Spatten zonder spetten, spitten            
Door wat ik wist, en weer wil weten                
Maar, wat zich opent, sluit zich weer   
Al wat ooit was, deels weggevreten                 
flitst manifest, maar nimmer meer                  

Dan kijk ik op en zie in droeve              
Ogen voor een tel mijn spiegelbeeld              
Je lacht een glim, ik geef als proeve                
Een teruglach in een doof staccato                  
Je troost mijn mond als intermezzo                 
En in mijn hoofd….verdampt jouw foto            


© André Meulman 2014